Blog
Book project: Next Europe

Column Europadebat 2012

Column: De impact van Europa op Amsterdam

Column uitgesproken bij het Europadebat van de OBA in Amsterdam

Joop Hazenberg

6 september 2012

Dames en heren,

Voor het eerst is Europa niet langer een verkiezingsthema waar afzonderlijke debatten zoals deze voor georganiseerd moeten worden. Nee, de Europese Unie en de positie van Nederland daarin is een centraal thema in deze vrij felle, complexe verkiezingstijd. Bij de talloze discussies over de koers van het komende kabinet is ‘Brussel’ meestal een van de eerste onderwerpen waarover de politici elkaar in de haren mogen vliegen.

En dat doen ze dan ook, want er staat nogal wat op het spel. Ging in het verleden een avond over Europa meestal over vragen als de uitbreiding van de Unie en saaie onderwerpen als subsidiariteit, proportionaliteit en de impact van richtlijnen en verordeningen, tegenwoordig is het Europese integratieproces een zeer politiek beladen thema dat nauw verbonden is aan de toekomst van Nederland.

Dit komt natuurlijk vooral door de immer voortdurende eurocrisis. Na het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 zakten de ene na de andere EU-lidstaat door het ijs. Eerst maakten we ons zorgen of de zwakke broeders uit Midden- en Oost-Europa de crisis wel zouden overleven. Maar al snel zagen we in dat juist in het oude, sterk geachte Europa fundamentele problemen zijn. De concurrentiekracht van landen als Spanje, Griekenland en Portugal bleek op drijfzand te berusten en nog steeds zakken deze landen verder weg in de uitzichtloze blubber. Het enige wat hen nu lucht geeft zijn steunoperaties van met name noordelijke lidstaten, waaronder Nederland.

De crisis legde een aantal structurele weeffouten bloot in de opzet van de eurozone. Door het creëren van een gelijk monetair speelveld is de financiële en economische integratie van Europa razendsnel toegenomen. Daar heeft ook Amsterdam bijzonder van geprofiteerd, veel multinationals hebben hier hun Europese hoofdkantoor neergezet, en Amsterdamse financiële instellingen hebben nog voor de crisis veel geld verdiend met lucratieve investeringen in Zuid-Europa.

Maar waar het achterbleef, en daar betalen we nu een enorme prijs voor, is het uitblijven van politieke integratie. Europa dacht onder de politieke federale Unie uit te kunnen komen door het financiële en het sociaal-economische beleid op het niveau van de lidstaten te houden. Mede daardoor lopen de economieën van Noord- en Zuid-Europa flink uiteen, maar zitten we ook met een situatie van 17 verschillende verzorgingsstaten in de eurozone.

En zo kan het gebeuren dat het verre en technocratische Europa ineens heel dichtbij ons Amsterdamse bed kwam. Door de kredietcrisis en de daarop volgende eurocrisis is de Nederlandse economie al vijf jaar compleet stilgevallen. De staatsschuld is opgelopen van 250 miljard naar 400 miljard euro, en dat bedrag gaat de komende jaren nog fors omhoog. De vruchten van de economische crisis zijn zuur, met name in Zuid-Europa waar zeker een kwart van de bevolking zonder werk zit. Maar in Nederland neemt de zuurgraad ook toe. Bij ons burgers, bij politici, bij ondernemers. De huizenmarkt zakt ineen, de detailhandel ziet de omzet kelderen, half kantoorland staat leeg, de gemeente Amsterdam moet fors bezuinigen.

Tien jaar geleden zou je de impact van Europa op Amsterdam vooral beschrijven in het binnenhalen van structuurfondsen om gebieden als Oost op te knappen. Loopt u maar eens over de Dappermarkt, daar zitten Europese gelden in de tegels. Of we zouden het hebben over de verbinding tussen rijke en arme steden, het zogeheten twinning-proces.

Maar we kunnen nu niet om de Grote Vragen van Europa heen als het gaat over het verband tussen Brussel en Amsterdam. En dat heeft niet alleen te maken met het bestrijden van de eurocrisis, waarvoor in mijn ogen het oprichten van een Verenigde Staten van Europa de enige oplossing is. Het gaat er ook om dat we ons veel meer moeten realiseren hoezeer de onderlinge lotsverbondenheid in de Unie is toegenomen.

Dat het vrij verkeer van personen de realiteit van alledag is en los van veiligheidsvraagstukken een prachtig smeermiddel is voor de tekorten op de arbeidsmarkt, die hier zeker gaan ontstaan. Dat we de Zuidas hebben kunnen uitbouwen dankzij de eurozone en de investeringsmogelijkheden in Zuid-Europa. En dat de bestuurbaarheid van ons mooie continent zich naar twee niveaus verplaatst.

Weg van Den Haag, dat steeds minder te zeggen heeft over onze samenleving en de koers van Europa. En terug naar het lokale niveau. Parallel aan het Europese integratieproces zie je een enorme trend naar decentralisering waarin steeds meer verantwoordelijkheid voor beleid, en verbinding tussen burger en overheid, op het lokale en regionale niveau belandt. Over deze bestuurlijke revolutie heb ik onlangs mijn nieuwe boek gepubliceerd, De machteloze staat.

De Europese Unie krijgt een steeds grotere betekenis in ons leven. In dit tijdperk van globalisering en regionalisering vind ik dat een prima ontwikkeling en zij mag wel een paar stappen verder gaan. Daarom was ik ook erg boos toen de Amsterdamse politiek niet wilde dat de Europese vlag op het stadhuis zou hangen. De toekomst van Amsterdam ligt, net zoals in de Gouden Eeuw, niet in Den Haag maar in het Europese achterland. Daar moeten we voor staan!