Blog
Book project: Next Europe

EP-verkiezingen 2009 en Ontwikkelingssamenwerking

Artikel voor IS lente 2009

Europese ontwikkelingssamenwerking heet hangijzer in verkiezingen

In Nederland is het afgelopen jaar een fel debat over de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking losgebarsten. Ook over de Europese hulp aan arme landen is veel discussie, nu de verkiezingen van het Europees Parlement eraan komen. Op 4 juni kan Nederland 27 vertegenwoordigers kiezen. Wat vinden de deelnemende partijen van Europees ontwikkelingsgeld, eerlijke handel en de toekomst van het landbouwbeleid?

Tekst: Joop Hazenberg

Economisch een reus, politiek een dwerg – het is een veelgehoord cliché over Europa. Voor ontwikkelingslanden is de Europese Unie echter van groot politiek belang. Niet alleen geven de Unie en de lidstaten samen jaarlijks tientallen miljarden euro’s aan hulp en zijn ze samen de grootste donor ter wereld, ook beslissen zij over tariefmuren, landbouwsubsidies en exportkredieten. Europa heeft forse invloed op het wereldwijde klimaatbeleid en het verbeteren van mensenrechten. De ‘zachte’ (niet-militaire) kant van het Europees buitenlands beleid is dus inmiddels behoorlijk ontwikkeld.

Vandaar dat bij de komende verkiezingen van het Europees Parlement in juni de Nederlandse partijen ruim aandacht besteden aan de relatie tussen de EU en de wereld. Op veel vlakken liggen de programma’s dicht bij elkaar. Zo willen vrijwel alle partijen (behalve het CDA) het gemeenschappelijk landbouwbeleid drastisch hervormen en afbouwen. Dat kan vanaf 2013, als de huidige afspraken aflopen. Andere opvallende punten (zie ook het kader)zijn het pleidooi van GroenLinks voor een internationaal klimaatfonds, het voorstel van de PvdA voor een meldpunt voor niet-verantwoord ondernemen, en de wens van ChristenUnie/SGP om handel en mensenrechten niet te ontkoppelen.

Veel rumoer over Europese OS

De komende vijf jaar geeft de EU bijna 40 miljard euro uit aan ontwikkelingssamenwerking. Anders dan Nederland (36 partnerlanden) zijn er Europese programma’s in vrijwel alle niet-westerse landen. De hulp richt zich op liefst dertig thema’s, van macro-economische steun tot beheer van wildbestanden. Voorheen was die hulp erg versnipperd; tot 2007 waren er zestien verschillende Europese regelingen voor hulp.

Er is veel kritiek op de manier waarop de Europese Commissie de eigen ontwikkelingssamenwerking (EOF en DCI) vorm geeft. Zo besloot zij in maart om 122 miljoen euro te geven aan Eritrea, een land dat de mensenrechten met voeten treedt en de instabiliteit in de Hoorn van Afrika voedt. Toch geeft Europa flinke financiële steun aan Eritrea.

Verder is een samenwerkingsverband van Europese NGO’s boos op de EU omdat die in de crisistijd veel te weinig doet voor de arme landen. En de organisatie Alliance2015 kwam recent met een kritisch rapport over de Europese hulp. Die zou te weinig gericht zijn op het behalen van de VN-millenniumdoelen.

De meeste politieke partijen hameren erop dat de Europese hulpgelden beter worden besteed. SP-lijsttrekker Dennis de Jong maakt zich hier veel zorgen over. ‘Bij bilaterale hulp komt eenderde op tijd bij de landen, maar de Europese hulp blijf steken op slechts veertien procent. Ook de verantwoording van de besteding van het geld is heel slecht.’ Voor De Jong is de grootste toegevoegde waarde van de Commissie ‘dat zij veel kennis heeft van economische integratie. Daar zou Europa zich in ontwikkelingslanden bezig mee moeten houden.’

De eurocommissaris voor Ontwikkelingssamenwerking Louis Michel heeft onlangs laten weten alleen aan die landen hulp te geven waar ‘goed bestuur’ is. De SP’er ergert zich aan deze opstelling. ‘Goed bestuur is een vaag begrip, en Michels houding getuigt van typische Brusselse arrogantie. Als er één organisatie niet transparant en slecht functioneert, is het de Commissie zélf.’

Zijn PvdA-collega Thijs Berman vindt dat Europa veel meer kan doen aan het coördineren van de hulp, de ‘taakverdeling’ tussen lidstaten en het financieren van grote werken, zoals de aanleg van infrastructuur. ‘De komende vijf jaar moeten we uit het tijdperk van liefdadigheid stappen,’ stelt de sociaal-democraat. ‘De huidige hulp leidt tot te weinig autonomie en economische groei.’ Berman wil daarom bijvoorbeeld de Europese Investeringsbank hervormen, die moet zich meer richten op microfinanciering. Verder is hij kwaad over de hoogte van dehulpgelden. ‘Premier Berlusconi van Italie is unverfroren en geeft nog slechts 0,1 procent van het BBP aan OS. Juist nu is dat geld hard nodig; eigenlijk zou 0,7 procent van alle reddingsplannen naar arme landen moeten gaan.’

Het CDA stelt bij monde van Maria Martens (woordvoerder OS voor de 288 man sterke EVP-fractie) dat de hulp juist in deze crisistijd moet doorgaan. Maar geld alleen is niet de oplossing voor armoedebestrijding. Martens: ‘Wij vinden anders dan andere partijen de opbouw van lokale economieën belangrijk. Daarvoor zijn zaken nodig als eigendomsrechten, aandacht voor het MKB,  stimuleren van ondernemersgeest en capacacitybuilding voor ondernemers. Bij andere partijen vind ik daarvoor weinig gehoor.’ Zij benadrukt dat een sterk maatschappelijk middenveld cruciaal is. ‘Als dat er niet is, ligt het hele land bij een politieke crisis er stuur- en structuurloos bij.’

Chantage en muren

Bijna alle partijen zijn voorstander van vergaande liberalisering van de handel tussen Europa en ontwikkelingslanden. Er is daarbij ook ruime aandacht voor voordelige (‘preferentiële’) toegang tot de Europese markt. De EU is op dit moment nog in een ronde om zogeheten EPA’s af te sluiten, waarmee een preferentieel handelsstelsel wordt opgezet. In ruil krijgen de EU-lidstaten toegang tot de economie in de arme landen; die maken nu nog vaak gebruik van tariefmuren en andere protectionistische maatregelen, uit angst voor globalisering.

Er is veel kritiek op de manier waarop de Europese Commissie de onderhandelingen heeft gevoerd. Volgens een recent rapport van hulporganisatie ICCO worden ontwikkelingslanden zwaar onder druk gezet om in te stemmen met voor hen ongunstige vrijhandel. De EU schermt in die gesprekken met de koppeling van hulpgelden aan ondertekening van de handelsakkoorden.

Volgens PvdA-lijsttrekker Thijs Berman is die onrust inmiddels achterhaald. ‘De chantage-methode is inderdaad door Europa gebruikt en was onnodig, onterecht en ontoelaatbaar. Die houding van de Commissie leidde tot veel kwaad bloed, ook bij het IMF. Gelukkig worden de onderhandelingen nu veel eerlijker gevoerd dan een paar jaar geleden. Er zijn al enkele voor ontwikkelingslanden zeer voordelige interim-EPA’s afgesloten.’

De SP is juist niet te spreken over de aanstaande vrijhandel. ‘De arme landen kunnen hierdoor geen concurrerende industrie opbouwen,’ vreest Dennis de Jong. ‘Wij willen dat OS-landen regionaal moeten kunnen integreren, wanneer nodig met tariefmuren om zich af te schermen van de wereldmarkt en dumpingpraktijken.’ De SP-er erkent dat dit ‘een asymmetrie in de verplichtingen’ is, maar deze afspraak is hard nodig want ‘de handelsakkoorden die nu worden afgesloten zijn volstrekt hypocriet.’

Landbouw weg uit Brussel

Verbonden aan het handelsdossier is het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de EU. Tot 2013 ligt dat vast, inclusief plattelandsbeleid gaat het om 45 procent van de Europese begroting. Jaarlijks worden tientallen miljarden euro’s gegeven aan boeren via directe inkomenssteun. De Unie beschermt hun werk met importtarieven voor landbouwproducten van buiten de EU. Eventuele overschotten worden op de wereldmarkt gedumpt.

Ondanks het feit dat veel ontwikkelingslanden geen importtarieven meer hoeven te betalen, zijn de meeste partijen niet te spreken over het Europese landbouwbeleid. Die willen dat daar drastisch het mes in wordt gezet. De VVD pleit voor terughalen van het beleid naar nationaal niveau, D66 wil het budget fors verlagen en subsidies afschaffen. De gecombineerde lijst ChristenUnie/SGP wil in ontwikkelingslanden zowel landbouwkennis als toegang tot grondstoffen en zoet water vergroten. Niet verrassend is dat het CDA (de ‘boerenpartij’) het systeem van landbouwsubsidies wil laten zoals het is.

‘Net zoals bij de andere EU-fondsen is hier sprake van het rondpompen van geld. Het systeem is volstrekt verouderd,’ fulmineert Dennis de Jong van de SP. Zijn partij wil net als de VVD het landbouwbeleid naar nationaal niveau terugbrengen. Boeren moeten door het eigen land vooral als natuurbeheerders worden behandeld. En de arme landen moeten volledige toegang tot de landbouwmarkt in Europa krijgen, vindt De Jong: ‘Vooral voor rijst, suiker en bananen.’

Maria Martens van het CDA wil geen drastische hervormingen van het GLB maar pleit wel voor meer coherentie. ‘Nog veel te vaak geeft de EU met de ene hand en neemt het met de andere hand. Zo krijgen lokale kippenboeren in Kameroen Europese steun, maar kunnen boeren hier met exportsubsidies hun goedkope kippenvlees in Afrika dumpen. Aan dit soort praktijken moet een einde komen.’