Blog
Book project: Next Europe

Essay Trouw 2012

Het wachten is op de botsing van generaties

(Dit essay verscheen in de Letter&Geest bijlage van Trouw, 30 juni 2012)

De eurocrisis bedreigt niet alleen de positie van Europa in de wereld, ze verwoest ook de toekomst van jongeren, vindt Joop Hazenberg. ‘Met dank aan de politiek.’

Zeg ‘jeugdwerkloosheid’ en je denkt meteen aan Spanje. Daar zit sinds kort meer dan de helft van de jongeren werkloos thuis. Honderdduizenden bezetten dit jaar de grootstedelijke pleinen en eisten als indignados gerechtigheid.

Het begon met de kredietcrisis in 2008: banken dreigden om te vallen en moesten met honderden miljarden euro’s staatssteun overeind worden gehouden. Daarna kelderde de economie, vooral in lidstaten die hun concurrentiepositie de afgelopen twintig jaar niet hadden versterkt en geen schoon schip hadden gemaakt. Dat zette het hele europroject onder hoogspanning. Het zijn vooral de miljoenen jonge Europeanen die daarvoor in de komende decennia de prijs betalen. Zij kijken aan tegen een enorme staatsschuld, een waardeloze economie en een dure verzorgingsstaat.

Die last is hun te hoog. Bijna een kwart van de Europese jongeren zit zonder werk en komt de komende jaren niet aan de bak. De schuldenlast van de eurozone is in vier jaar tijd van 60 naar 90 procent van het BBP gestegen – en met de huidige begrotingstekorten in de lidstaten zal die schuldenberg alleen maar groter worden. Een ander schokkend feit is dat de publieke sector in de Europese Unie de helft van de economie beslaat, in Frankrijk zelfs 56 procent. En overheidsinstellingen staan op het oude continent niet bekend om hun innovativiteit, wendbaarheid en effectiviteit van bestedingen.

Zelfs als Europa op miraculeuze wijze het pad naar groei terugvindt, zullen de jonge werkenden het loodzwaar krijgen. Door de langdurige vergrijzingsgolf trekt de verhouding tussen werkenden en ‘passieven’ compleet scheef. Steeds minder mensen kunnen produceren en geld verdienen, terwijl de vraag naar (door de staat betaalde) dienstverlening, vooral in de zorg, flink toeneemt.

Mijn leeftijdsgroep wordt geen verloren generatie, maar een geplette generatie, een Atlas die zwicht onder een wereld aan sociale en geldelijke verplichtingen.

Wie hebben deze zieke situatie veroorzaakt? Ik leg de schuld bij drie partijen.

Ik klaag de politieke leiders uit de jaren negentig aan voor hun stompzinnige toelatingsbeleid voor de eurozone. Vooral Griekenland had er nooit bij mogen komen. De sociaal-democratische leiders hadden evenwel afgesproken dat zij ‘als blok’ tot de eurozone zouden toetreden. Ook Griekenland, een land waarvan oud-premier Papandreou in 2009 zei dat het ‘totaal corrupt’ was. Daardoor moeten we nu falende staten overeind houden; bij een Grexit (Griekenland de euro uit) zal onze staatsschuld nog verder oplopen, omdat vele miljarden aan leningen en steunmaatregelen verdampen.

Ik beschuldig de politieke leiders van het negeren van de regels van het stabiliteits- en groeipact. De euro rolt sinds 2002 uit de flappentap, maar er is nog steeds geen centraal gezag voor het sturen van de eurozone. Nationale politieke systemen kunnen daardoor elk moment die hele zone gijzelen, zoals Griekenland veelvuldig doet terwijl het land maar 2 procent van de eurozone uitmaakt. We hebben een politiekere Unie nodig, zodat de euro beter wordt beschermd en de rentelasten zullen dalen.

Ik ben boos op de banken en bedrijven omdat ze ons al decennia aanmoedigen alleen maar méér te consumeren en te lenen, te teren op de toekomst. Onze persoonlijke schuldenlast is een van de hoogste ter wereld (leve de hypotheekrenteaftrek). Banken, verzekeraars en pensioenfondsen hebben roekeloos geïnvesteerd en vragen nu vriendelijk aan de staat – ons dus – om bij te springen. Intussen word ik bestookt met voorstellen om mijn consumentisme bot te vieren op auto’s, led-tv’s, de nieuwste smartphones en verzekeringen waar ik niks aan heb. Koop nu, betaal later. Mijn generatie is opgegroeid met leven op de pof.

Politieke partijen en vakbonden houden vast aan verworvenheden uit de twintigste eeuw; ze verdedigen de belangen van de huidige werkenden en gepensioneerden. Zo laten ze de ruif van de verzorgingsstaat de komende twintig jaar leegvreten. De nieuwe Franse president François Hollande beloofde om de verhoging van de pensioenleeftijd van 60 naar 62 jaar ongedaan te maken. Italianen zijn boos omdat ze belasting moeten gaan betalen over hun huizen. Wat is dat nu voor rare maatregel?

Ik voorzie een heftig en langdurig generatieconflict. Dat is onafwendbaar, omdat in heel Europa de lasten van de crisis worden afgewenteld op de toekomstige generaties.

Toegegeven, de wereld zit ingewikkeld in elkaar, zodat bestuurders niet makkelijk kunnen ingrijpen. Regeringen stonden in 2008 en 2009 met de rug tegen de muur: het was óf de banken redden met miljardeninjecties, óf het financiële systeem in elkaar laten storten. Daarna hebben ze flink in de economie moeten investeren met keynesiaanse stimuleringsmaatregelen om de bedrijvigheid enigszins op gang te houden. En nu moeten bestuurders met het weinige geld dat er is, een legioen werklozen van noodsteun voorzien, de oplopende kosten van de verzorgingsstaat betalen, en de rentelast van de staatsschuld dragen. Laten we dan maar niet beginnen over de miljardengaranties om de eurozone te beschermen tegen verder leed.

De euro vormt de tweede beperkende factor in de slagvaardigheid van de staat. Een decennium aan monetaire eenheid leverde veel voordeel op, maar ook een enorme verwevenheid van financiële, economische en politieke belangen die niet meer uit elkaar te trekken vallen.

Nederlandse financiële instellingen hadden in 2011 nog voor 135 miljard euro aan investeringen in Zuid-Europa uitstaan, ongeveer de helft van de jaarlijkse Nederlandse begroting. De ‘knoflooklanden’, zoals Geert Wilders ze liefkozend noemt, uit de euro gooien zou daarom leiden tot onze eigen val.

Ten derde: de overheid staat machteloos tegenover de ‘conditionerende werking’ van Europa en de geglobaliseerde markt. In twee decennia is de Europese Unie flink uitgedijd, waardoor Nederland nog nauwelijks een eigen economisch beleid kan voeren. Alleen de bastions van de verzorgingsstaat – zorg, onderwijs, arbeidsmarkt, wonen – zijn nog strikt nationaal.

Maar Europa is geen eiland. Het continent wordt door de wereldmarkt gedwongen om zich aan te passen aan de onzichtbare regels en nukken van het spel van financiële krachten en handelsstromen. Landen die hun concurrentiekracht of economische productiviteit niet op orde hebben, zakken vroeg of laat door het ijs. Zo is Portugal zijn kledingindustrie kwijtgeraakt en heeft het land er niets voor in de plaats ontwikkeld. Dat leverde het bizarre tafereel op van een kolonisator die bij een voormalige kolonie (Angola) om steun moest vragen.

De meeste EU-lidstaten hebben te veel aandacht gehad voor kortetermijnmaatregelen, en te weinig voor hervormingen die groei mogelijk maken. Ze pakten rigide arbeidsmarkten en slechte onderwijsstelsels niet aan, maar zetten de geldkraan wijd open. Terwijl de eurocrisis de noodzaak tot versnelde politieke integratie blootlegde, zetten nationale politici juist een rem op de Europese Unie. Het kabinet-Rutte wilde tientallen Europese verdragen opzeggen; de Kamer verbood in maart 2011 de regering ‘elke stap naar een politieke Unie te zetten’. En terwijl de kredietwaarderingsbureaus het ene na het andere Europese land als financieel zwakker beoordelen, willen regeringen een eind maken aan ‘kapotmakende bezuinigen’ en focussen ze op ‘groei’.

Niet hervormen, geen verdere Europese integratie, meer besteden: deze trend betekent dat mijn generatie voor de gevolgen zal moeten opdraaien. Want de huidige leiders willen vooral méér staatsinvesteringen, méér Europese reddingsfondsen, en de publieke sector nog groter maken. Dat zou de economische groei bevorderen. Natuurlijk, we willen allemaal economische groei, maar gaan we die bereiken door nog een rondje staatsinvesteringen?

De lidstaten van de Europese Unie zitten nu echt aan het plafond van wat je als staat kunt dragen aan stimuleringsmaatregelen en schuldenlasten. Toch gaat Frankrijk, een land dat de afgelopen veertig jaar geen begrotingsevenwicht heeft gekend, de crisis bestrijden met maatregelen als het aannemen van 60.000 extra docenten.

Zelfs in Nederland, een van de strengste boekhouders, is de staatsschuld in een paar jaar tijd opgelopen van 250 naar 400 miljard euro, met jaarlijkse rentelasten van boven de 10 miljard euro tot gevolg. We gebruiken nu de aardgasbaten om dat te betalen. Maar onze gasbellen lopen binnen vijftien jaar grotendeels leeg. Wie gaat het gat in de begroting opvullen?

Het antwoord: een krimpende groep van werkenden. De jongeren van nu.

Ik zeg het The Economist na: de roep om groei is net zoiets is als je uitspreken voor wereldvrede. Maar wie gaat dat betalen? In eerste instantie de staat. En omdat groei uitblijft, in laatste instantie de jongeren. Want de rekeningen uit het verleden moeten wel worden betaald.

Dat kan een grimmig conflict tussen generaties veroorzaken. Om Europa uit het moeras te trekken en een ernstig generatieconflict te voorkomen, zijn drastische stappen nodig – en niet alleen voornemens.

Een sluitende begroting is essentieel. We hebben nu een schuldenlast die lijkt op die tijdens de Tweede Wereldoorlog, terwijl onze welvaart op een historisch hoogtepunt zit. Het streven naar begrotingsevenwicht is een gebaar van solidariteit tussen ouders en hun kinderen. Zeker in vredestijd.

Hard bezuinigen is slecht voor de economie, maar meer uitgeven is dat ook. We maken onszelf dan alleen maar kwetsbaarder voor de financiële markten terwijl het overduidelijk is dat de ‘alles helende groei’ de komende tien jaar zal uitblijven. Nog voor de crisis voorspelde het kredietbureau Standard & Poor’s dat tientallen Europese landen rond 2012 hun kredietwaardigheid zouden verliezen, vanwege uit de hand lopende publieke bestedingen.

Ik pleit voor een nieuwe weerbaarheid, om mijn generatie te behoeden voor langdurige werkloosheid en een val in armoede. EU-lidstaten roepen wel dat ze hun concurrentiekracht willen herstellen, maar dat vergt – zeker voor de zuidelijke landen – heel pijnlijke maatregelen, anders voldoen ze niet meer aan de eisen van de wereldmarkt. De publieke sector zal sterk moeten krimpen, de verzorgingsstaat flexibeler worden.

En de arbeidsmarkt werkt nu nog te rigide. Dat leidt tot wrijvingen tussen generaties. Die frictie hangt samen met de tegenstelling van insiders versus outsiders. In Spanje is het makkelijker om te scheiden dan om een werknemer te ontslaan – het gaat daar om oudere werknemers. Maar jongeren kun je zo lozen omdat ze tijdelijke contracten zonder bescherming hebben.

Zoiets zien we ook in Nederland waar ministeries en andere overheidsinstellingen jonge, enthousiaste werknemers eruit gooien. De reden: oudere werknemers zijn te duur om te ontslaan. Zo verstarren de vergrijzende organisaties, verstoken van nieuw bloed. En zo hebben ouderen een gegarandeerd inkomen, terwijl jongeren voor hun toekomstige zorg en pensioen moeten opdraaien.

De komst van de Verenigde Staten van Europa is een droom, maar geen realistische. Het huidige sentiment is uitgesproken negatief. Noordelingen begrijpen niet waarom zij moeten betalen voor wangedrag in het Zuiden, en omgekeerd worden de Brusselse bureaucraten met hun hervormingspakketten in Athene als ware kolonisatoren afgeschilderd. Terwijl de renteniveaus in Spanje en Italië door het dak gaan, kan Duitsland voor 1,35 procent geld lenen – minder dan de inflatie van 2,1 procent.

In dit klimaat van toenemend wantrouwen en nationalisme, waar ‘eurofiel’ een scheldwoord is, is het contra-intuïtief om verdere integratie te bepleiten. Toch zie ik dat als de enige manier om vooruit te komen, zeker omdat ik me onderhand meer verbonden voel met mijn – licht kansloze – vrienden uit Spanje, Italië en Griekenland, dan met Nederlandse politici die niet doorhebben dat alle 27 lidstaten in hetzelfde schuitje zitten. Wij hebben hetzelfde doel: het ideaal van de verzorgingsstaat als ultieme uiting van de Europese beschaving in stand houden. Dat kunnen we alleen doen als we intensief gaan samenwerken en de lasten van die verzorgingsstaat eerlijk over de generaties verdelen.

De indignados op de Spaanse pleinen kunnen daarover meepraten. Ze zijn opgegroeid in een land waar de economie slechts groeide door een huizenzeepbel en miljarden aan Europese investeringen in snelwegen, spoorwegen en metro’s. Maar de wegen eindigen in troosteloze regio’s, oudere Spaanse werknemers met een vast contract blijven veilig op hun beschermde stoel zitten, en de banken en lokale overheden zijn zo goed als failliet. In zo’n land is het ondanks de zon en de lach niet leuk om oud te worden. Daarom willen veel jonge Spanjaarden emigreren. Naar Mexico, een voormalige kolonie, een van de opkomende economieën in de wereld.

Elders in Europa bloeit het ook niet erg. Laatst kwam ik een paar talentvolle ondernemers uit Hongarije en België tegen. Hun bedrijven groeien nu keihard – in de Verenigde Staten. Zij waren vertrokken, omdat de Europese cultuur hun te veel op het verleden gericht was.

Dat het binnen Europa ook anders kan, dat stevig hervormen en bezuinigen wél tot herstel leidt, bewijzen Duitsland en Letland.

Onze oosterbuur stond tien jaar geleden nog bekend als de ‘zieke man van Europa’ maar maakt nu een tweede Wirtschaftswunder door. Sinds het uitbreken van de eurocrisis is de jeugdwerkloosheid – geheel tegen de trend in – gedaald, van zo’n 11 naar 8 procent.

Een ander wonder vond plaats in Letland. Deze Baltische staat werd keihard geraakt door de crisis, de economie kromp met een kwart. Maar door een mix van bezuinigen, loonmatiging en hervorming van de arbeidsmarkt vonden de Letten snel de weg omhoog, met klinkende groeicijfers tot gevolg. En dat alles zonder de koppeling met de euro los te laten, een vaak gehoorde remedie om concurrerend te worden.

De jeugd van tegenwoordig laat zich slecht als collectief organiseren, dat weet ik, maar dat maakt de onvrede er niet minder op. Om een hoopoplopend generatieconflict te voorkomen is een versnelde eenwording van Europa noodzakelijk.

Het versplinterde continent kan zich alleen nog maar blindstaren op de neergang, terwijl jongeren behoefte hebben aan dromen. Aan hoop.

Joop Hazenberg (1978) is Europa-expert en schrijver van het boek ‘De machteloze staat. Hoe globalisering en individualisering de overheid uithollen’.