Blog
Book project: Next Europe

Opinie NRC 2011

Dit artikel verscheen in NRC Handelsblad op 26 oktober 2011

Welk besluit de Europese Raad vandaag ook neemt, de werkelijke crisis van Europa zal er niet door worden beslecht. De wereld wacht niet op onze obsessie met de natiestaat, en de financiële structuren al helemaal niet. It’s Europe, stupid old men! Het is tijd voor de Grote Stap Voorwaarts – naar een federale Unie, meent Joop Hazenberg.

Het vergadercircuit rond de eurocrisis beleeft vanavond zijn nieuwste hoogtepunt, als de Europese regeringsleiders voor de zoveelste keer een pakket maatregelen afspreken om de markten tot bedaren te brengen. De eurozone krijgt waarschijnlijk een ‘firewall’, er komt een ‘herkapitalisatie van de bancaire sector’, en wie weet een ‘begrotingsdisciplinecommissaris’.

Tegen de technische, financiële en governance maatregelen kan ik, voor zover ik ze doorgrond, weinig bezwaar hebben. It’s the economy, stupid. Maar de massale afwaardering van Griekse schulden en het opwerpen van hele waterlinies aan euro’s rond de banken is niet voldoende om de EU te redden.

Het probleem van Europa zit niet in de economie, maar in de politiek: het uitblijven van een centraal gezag. Ook vandaag zullen weer halve compromissen door de regeringsleiders worden genomen; morgen vallen regeringen (bijvoorbeeld in Italië, of recent in Slowakije); volgend jaar zijn er verkiezingen, zoals in Frankrijk.

De nationale politieke systemen kunnen Europese voortgang op elk moment gijzelen. En dat doen ze ook, als het belang van de eigen natiestaat in gevaar komt. Deze methode van kleine stapjes vooruit (en soms achteruit) heeft de EU gebracht tot waar zij nu is: een welvarend, veilig continent van natiestaten, met een interne markt van een half miljard inwoners.

Maar zo vrijblijvend kán de Europese Unie niet meer zijn, en de eurozone al helemaal niet. Dit is de eenentwintigste eeuw. De onderlinge verwevenheid tussen economieën, volkeren en culturen is sinds de val van de Muur razendsnel toegenomen. In Europa, maar ook in de hele wereld. Daardoor is een gigantische afhankelijkheid ontstaan. Zo is één op de vijf banen in de VS verbonden aan Europese bedrijven, en is China de huisbankier van de VS geworden.

In een wereld van onderlinge lotsverbondenheid vallen belangen van natiestaten niet meer te scheiden. Zeker niet in de eurozone, waar de zwakke broeders nu de sterke lidstaten in een lange val dreigen mee te sleuren. Teken aan de wand is dat de financiële markten meer vertrouwen hebben in de Verenigde Staten, ondanks de hogere staatsschuld en het twee keer zo grote begrotingstekort als de eurozone. Ook daar is de situatie miserabel, maar de Amerikanen hebben een centraal gezag. Wij niet.

De Europese Unie heeft het globaliseringsproces simpelweg niet bij kunnen benen. Ondanks een snelle integratie van de voormalige Oostbloklanden, de enorme uitbreiding van haar bevoegdheden en de invoering van de euro is de Unie onvoldoende aangepast aan de platte wereld van vandaag. De interne markt is niet voltooid, de 27 verzorgingsstaten lopen te veel uiteen, en tien lidstaten zitten niet in de eurozone.

De remmende factor voor verdere integratie vormen de EU-lidstaten zélf. Hun bevolkingen zijn uitgeput door de continue machtsoverdracht aan Brussel van de afgelopen twintig jaar. De euro maakte het bier duur en de Poolse loodgieter kwam met honderdduizenden vriendjes onze grenzen over. En nu moeten we die luie Grieken redden en nóg meer soevereiniteit afstaan? Geen wonder dat de Kamer in een motie van maart 2011 verdere soevereiniteitsverlies expliciet heeft verboden.

Toch wacht de wereld niet op de Europese psychologische beslommeringen. Aan de wortel van de eurocrisis ligt een fundamenteel zwakke economische concurrentiepositie, niet alleen in Griekenland maar ook in Portugal en andere arme lidstaten. Het onderwijs laat in delen van de Unie te wensen over, het arbeidsmarktbeleid is slap, er wordt veel te weinig in de kenniseconomie geïnvesteerd. De amibitieuze Lissabon-agenda (‘in 2010 is Europa de meest competitieve regio ter wereld!’) is faliekant mislukt. In de tussentijd zijn Azië, Zuid-Amerika en zelfs delen van Afrika met een fantastische opmars.

Het is in deze context dat we de eurocrisis moeten bezien. Een pijnlijke spiegel van de Westerse tekortkomingen van eindeloos willen lenen, gemakzuchtig achteroverleunen, niet willen hervormen, een obsessie met de natiestaat, een prélude op onze neergang in de wereld.

Ook als we de zwakste broeders uit de eurozone weten te stabiliseren, blijven de lidstaten als collectief met een gigantische schuldenlast zitten. Die bestaat uit een flinke basislaag van te grote uitgaven voor de verzorgingsstaten, opgetopt door massale overheidsinvesteringen direct na de kredietcrisis (tot wel 16 procent van het BNP), en tot over de rand gevuld met opgekochte Zuid-Europese schuldpapieren, garanties voor het Noodfonds en wie weet wat nog volgt.

Om deze schuldenproblematiek aan te pakken en om de Europese Unie werkelijk weerbaar te maken, is een drastische herziening van haar structuren nodig. Europa moet de Grote Stap Voorwaarts nemen naar een federale Unie.

Allereerst moeten de laatste ‘Europavrije’ beleidsterreinen van de verzorgingsstaten, belastingsstelsels, arbeidsmarkten en onderwijssystemen aan structurele Brusselse invloed geloven. Ik denk daarbij onder meer aan een Europese belasting, een vaste pensioenleeftijd, geharmoniseerde arbeidswetgeving en onderwijscurricula.

Ten tweede moet het Europees Parlement omgevormd worden tot een ‘Huis van Nationale Afgevaardigden’, bestaande uit nationale parlementariërs. Zo omzeilen we de dodelijke verantwoording-per-natiestaat voor elk Europees besluit.

Willen lidstaten niet aan deze ingrijpende federalisatie van de EU, dan komen ze in een tweede ring waar ze bijvoorbeeld worden uitgesloten van deelname aan de euro.

De huidige generatie politici zal hier absoluut niet aan willen, gevangen als zij zijn door hun nationale achterban. Het is daarom van cruciaal belang dat de generatie van twintigers en dertigers zich sterk gaat maken voor de federalisering van Europa. Zij zijn na de Koude Oorlog opgegroeid, geloven in Europa en in de welvaartsstaat, maar niet in grenzen en al helemaal niet in de natiestaat.

De jongeren van vandaag beseffen heel goed dat welvaart geen vaststaande zekerheid is en dat een betere balans met de wereld, de natuur en de banken nodig is om Europa overeind te houden. Zij zijn bovendien veel pro-Europeser dan ouderen, blijkt uit onderzoeken van de Commissie en het SCP.

De sleutel om Europa uit de crisis te halen ligt dus niet in Athene, maar bij de jongeren van de Unie. Zij kunnen de natiestaat inwisselen voor een federatie en zo de toekomst veiligstellen. It’s Europe, stupid old men! 

Joop Hazenberg is schrijver en voorzitter van denktank Prospect