Blog
Book project: Next Europe

Reactie op Barroso’s State of the EU

25 september 2012 – De president van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, heeft zijn toekomstvisie over Europa duidelijk uitgesproken: hij wil naar een federale Unie. Een riskante maar waardevolle keuze, vindt Joop Hazenberg.

In de ochtend van 12 september raakte mijn timeline op Twitter verstopt met berichten met hashtag #SOTEU. Wat bleek, president Barroso van de Commissie sprak zijn jaarlijkse ‘State of the Union’ uit bij het Europees Parlement. Een paar dagen daarvoor was de president zelf op Twitter gegaan (@barrosoEU) en gezien zijn boodschap bij de State of the Union niet onverstandig. Want hij pleitte luid en duidelijk voor een echte federalisering van de Unie.

In zijn speech trapte Barroso natuurlijk veel open deuren in die sinds het uitbreken van de eurocrisis (ongeveer vanaf 2009) standaard mantra’s zijn geworden: ‘het doorvoeren van structurele hervormingen op nationaal niveau’, ‘het aanpakken van bestaande belangen’, ‘het wegnemen van belemmeringen op Europees niveau’, en een EU-begroting die zich richt op ‘investeringen, groei en hervormingen.’ Allemaal waar, nodig en noodzakelijk, en tot zover niet spannend of controversieel.

Het werd wel enerverend (voor mij althans) toen Barroso zijn pleidooi hield voor een politieke unie. Zijn toekomstvisie richt zich op ‘de ontwikkeling van een Europese publieke ruimte, waar Europese aangelegenheden worden besproken vanuit een Europees gezichtspunt.’ Te nemen stappen zijn onder meer de versterking van het Europees Parlement, de opkomst van Europese politieke partijen, en het presenteren van een kandidaat voor de functie van Commissievoorzitter tijdens de komende EP-verkiezingen in 2014.

Barroso ging zelfs nog verder: de EU moet worden omgevormd tot een “federatie van natiestaten” (een soort Verenigde Staten van Europa – al gebruikte hij deze term niet). In de gezochte federatie is de soevereiniteit tussen lidstaten ‘zodanig gedeeld dat elk land beter zijn eigen koers kan bepalen.’ De president voorziet hiermee een nieuw verdrag, een breed debat in de hele Unie – en ongetwijfeldreferenda.

Verkeerde keelgat

Anders dan Adriaan Schout van Clingendael ben ik erg blij met de moedige speech van Barroso. Ja, natuurlijk kan zijn pleidooi bij veel lidstaten in het verkeerde keelgat schieten. (Alhoewel, ik heb er geen enkele Nederlandse politicus over gehoord) Een verhaal van voorwaarts mars, en niet zeuren over de angst voor integratie, kan inderdaad backfiren zoals we tijdens de referendumcampagne voor de Europese Grondwet in 2005 hebben gezien. En ik denk dat veel, zo niet alle bevolkingen van de 27 EU-lidstaten niet klaar zijn voor de radicale stap naar een politieke of zelfs federale Unie.

Kortom: de visie van Barroso is vol risico’s – maar de huidige situatie is dat ook. Daarom vind ik het onterecht dat Schout wijst op het gevaar van (verdere) vervreemding tussen de EU en de burger.Daarmee doet Schout tekort aan de huidige Europese systeemcrisis. De solidariteit tussen Noord en Zuid staat sinds de eurocrisis enorm onder druk, net als de bestuurbaarheid van de eurozone. Daarnaast wordt het tekort aan Europese democratie pijnlijk duidelijk: de miljarden aan steunfondsen en stabilisatiemechanismes vliegen ons om de oren en Nederland kan bij elke nieuwe maatregel onderaan het kruisje tekenen, omdat de druk van de andere 16 eurolidstaten gigantisch is.

Om nog wat dieper in te gaan op de systeemcrisis: de ratio voor verdere politieke integratie is volop aanwezig. In wezen gaat het in de eurocrisis niet zozeer over de kwalijke banken, of over de dictaten uit Brussel, maar over het gebrek aan concurrentiekracht in de zwakkere eurolanden. Het ontbreekt nu simpelweg aan een centraal gezag om in die situatie in te grijpen, en dat raakt door de snel toegenomen onderlinge verwevenheid ook de nationale belangen van rijkere, en concurrerende lidstaten als Nederland en Duitsland.

De misère in Zuid-Europa kan ook onze misère worden, om het maar plat te stellen, als we niets doen aan het ontbreken van een centraal gezag. Het instellen van een bankenunie (dat erg moeizaam verloopt) en het versterken van de ECB zijn slechts eerste stapjes. Ook de befaamde eurobonds zijn alleen een bouwsteen. ‘Brussel’ moet op den duur gewoon in kunnen grijpen in lidstaten om de welvaart en de stabiliteit van het collectief te kunnen behouden. Daarbij hoort dan als natuurlijk ook een echte Europese democratie.

Wat die VS van Europa dan precies anders zou zijn dan de huidige EU, daar liet Barroso zich niet over uit, maar dat is ook wijselijk omdat het F-woord door veel landen wordt gemeden als de pest. Niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, zoals Adriaan Schout in zijn reactie op Barroso’s speech terecht schrijft, maar ook in vele andere EU-lidstaten. Als we naar Nederland kijken, is er slechts één partij die hardop pleit voor een federale Unie – D66. Deze pro-Europese partij heeft slechts 12 zetels gekregen. Andere partijen voeren een matig pro-Europese toon of willen zelfs bevoegdheden terugdraaien, zoals CDA en VVD.

De dwingende context

Schout van Clingendael is kritisch over Barroso’s aanpak, omdat hij het Europese debat terugbrengt tot ‘federalisme of niets’. Ik vermoed dat Schout bang is zo’n debat de prélude is op een herhaling van de Europese Conventie uit 2003. Dat ‘open’ onderhandelingsspel – u kon de slaapverwekkende discussies online volgen – mondde uit in een Europees Grondwettelijk Verdrag, dat schromelijk stukliep op onwillige bevolkingen in Frankrijk en Nederland. Waarom? Omdat burgers die niet gekend waren en zich geen deel uit voelden maken van de Europese politieke ruimte, ineens de optie kregen voorgeschoteld van een Grondwet. Of anders de hel en verdoemenis, zoals minister Donner zo fijntjes in de week voor het Grondwet-referendum (juni 2005) in de Telegraaf stelde.

Tegen Schout zeg ik: dit is geen 2005 meer, dit is 2012. En in deze tijd staat het Europese project onder hoogspanning. Ten eerste door de voort etterende eurocrisis, die het falende governance model van de eurozone elke week weer blootlegt. Ten tweede door de start van een decennialange vergrijzingsgolf waardoor de 27 verzorgingsstaten binnen de Unie een collectieve molensteen om onze nek dreigen te worden, tenzij we ze hervormen en beter op elkaar afstemmen. Het sociaal-economische beleid loopt dermate uiteen (pensioenen, arbeidsregels, zorg et cetera) dat zij verdere integratie en soepele werking van de interne markt in de weg staat. En dat is waar de kurk van Europa op drijft: de interne markt van meer dan 500 miljoen mensen die het grootste handelsblok in de wereld vormt.

In deze, inmiddels vrij dwingende en urgente context waarin Europa zich bevindt, is het pleidooi van Barroso alleszins redelijk en logisch. We moeten daar inderdaad een breed en fel debat over voeren. Vijf jaar geleden zou ik deze stap naar federalisering (die toen al bepleit werd door onze zuiderbuur Guy Verhofstadt) te ver vinden. Maar nu de eurocrisis maar niet wordt beteugeld en de wereld veel sneller draait dan Europa kan bijhouden, draai ik ook. Als we niet verder gaan met diepere politieke samenwerking in Europa kunnen we het schudden, en zal de eurozone uit elkaar vallen – met alle gevolgen van dien.

Joop Hazenberg is oprichter van Change Generation en  schrijver van het boek De machteloze staat